FRNL
   
  • 55€
  • 1010€
  • 2020€
  • 5050€
  • 100100€
  • 500500€
   
Cet article n'a pas été traduit dans votre langue
Proposer une traduction

Paul De Grauwe : Het bankenplan is niet veel meer dan een vijgenblad

Le 24 octobre à 11:10

Opiniestuk verschenen in De Morgen op 26 november 2013

Als er in de toekomst nieuwe turbulenties ontstaan, zijn onze grote banken vogels voor de kat, zegt Paul De Grauwe. Hij is professor aan de London School of Economics and Political Science en gewoon hoogleraar emeritus aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Het bankenplan van minister Geens ligt op de regeringstafel. Het heeft tot doel de speculatieve activiteiten van de banken aan banden te leggen. De droom van sommigen (waaronder mijzelf) om die activiteiten volledig af te scheiden van de banken ligt dus aan diggelen. De minister heeft de wensen van de bankiers gevolgd en is dus niet van plan een scheiding door te voeren.

De beperkingen die worden opgelegd aan de omvang van die speculatieve activiteiten ogen weliswaar streng. Zo zouden, als het ontwerp van minister Geens aanvaard wordt, de speculatieve activiteiten van de banken niet meer dan 2,5 procent van het eigen vermogen mogen bedragen. Wordt deze limiet overschreden, dan moeten die activiteiten in een apart filiaal ondergebracht worden. En dan ? Een filiaal is een deel van de bank. Van een scheiding is dus geen sprake. Wat de minister nu wel doet is een ’fictie van scheiding’ invoeren. Maar iedereen weet dat wat in die filialen wordt gestoken onder de volledige controle van de bank zal blijven.

Kier
De paradox van de regulering is dat er onmiddellijk na de krach eigenlijk geen regulering nodig is. De banken zijn dan nog zo onder de indruk van de grote verliezen die ze geleden hebben dat ze absoluut geen risico’s durven nemen. Een beperking van de risico’s is op dat moment niet nodig. Later als de economie weer opveert, zullen de banken geneigd zijn hals over kop risico’s te nemen. Op dat ogenblik zal het feit dat de scheiding niet is gerealiseerd van grote betekenis zijn. Het betekent dat de deur met een kier is blijven openstaan. Het zal dan voor de bankiers een koud kunstje zijn om die deur wagenwijd open te zetten en zich weer te storten in speculatieve activiteiten. Dank u, mijnheer de minister, zeggen de bankiers nu al.

Dit bankenplan faalt dus in het scheiden van zakenbankieren en traditioneel bankieren met grote gevolgen voor de toekomst. Het plan faalt ook voor wat er niet in staat, met name een plan om iets te doen aan het tekort aan eigen vermogen van onze banken.

Eigen vermogen
Uit de statistieken van de Europese Centrale Bank blijkt dat het eigen vermogen van de Belgische banken in 2012 slechts 5,3 procent bedraagt van het balanstotaal. Voor de EU is dit percentage 7,6 procent van de totale balans. (Ik heb het hier niet over de kapitaalratio’s onder Bazel III die een al te rooskleurig beeld ophangen).

Goed geleide ondernemingen buiten de banksector hebben doorgaans een eigen vermogen van 20 of 30 procent of meer van hun balansen. Om goede redenen. Deze goed geleide bedrijven weten dat schokken kunnen optreden die tot belangrijke verliezen kunnen leiden. Deze ondernemingen begrijpen dat om die schokken op te vangen en niet failliet te gaan een grote buffer in de vorm van eigen vermogen nodig is.

Belgische bankiers maken zich daarover geen zorgen. Hun eigen vermogen vertegenwoordigt (gemiddeld) slechts 5 procent van hun balans. Een relatief kleine daling van de waarde van hun actief is voldoende om hun eigen vermogen negatief te maken. Dergelijke schokken zullen zeker nog optreden.

Too big to fail
Waarom maken bankiers zich geen zorgen en houden ze slechts 5 procent van hun balanstotaal in de vorm van eigen vermogen terwijl bedrijven buiten de banksector veel meer eigen vermogen hebben ? Is de banksector dan minder riskant ? Nee, integendeel. De reden heeft te maken met het ’too big to fail’-syndroom. De bankiers weten dat de overheid hen niet failliet zal laten gaan. En dus moeten ze zich niet al te veel zorgen maken, en hoeven ze niet te veel eigen vermogen aan te houden.

Een andere manier om dat uit te drukken is als volgt : banken, vooral grote banken, profiteren van een impliciete garantie van de overheid die niet zal toestaan dat deze instellingen over kop gaan. Als gevolg van deze garantie kunnen banken schuld uitgeven tegen zeer gunstige voorwaarden. Het eigen vermogen profiteert niet van deze overheidsgarantie. Dat is de fundamentele reden waarom bankiers heel weinig eigen vermogen uitgeven en een grote voorkeur vertonen voor de uitgifte van schuld.

Droef verhaal
Banken zijn hierdoor zeer broos. En ze zijn het ook gebleven sinds de start van de crisis. In 2007 was het eigen vermogen van de Belgische banken 5 procent van het toenmalige balanstotaal. Vandaag is dat 5,2 procent.

Het droeve in dit verhaal is dat ondanks de crisis het bankenmodel nauwelijks is veranderd. Weliswaar is aan de marge de regulering versterkt, maar het fundament, met name banken die speculatieve activiteiten kunnen vermengen met traditioneel bankieren en die bovendien zeer broos zijn omdat ze veel te weinig eigen vermogen aanhouden, is ongewijzigd gebleven. Als er dus in de toekomst nieuwe turbulenties ontstaan, zijn onze grote banken vogels voor de kat. En de minister doet daar niets aan. Zijn bankenplan is niet veel meer dan een vijgenblad.

 Envoyer à un ami  Nous contacter
 
 
   
  • 55€
  • 1010€
  • 2020€
  • 5050€
  • 100100€
  • 500500€